Het Garderegiment Grenadiers kreeg het Ceremonieel Tenue in 1948, ter gelegenheid van  de inhuldiging van koningin Juliana en het is gebaseerd op het uniform dat in 1829 werd ingevoerd voor de toen nieuw opgerichte Afdeling Grenadiers. Kenmerkend voor het Grenadiersuniform zijn de berenmutsen en de gardelissen op de jas. De berenmuts stamt af van een met bont afgezette slaapmuts, zoals die in 1829 werd ingevoerd.  Een Ceremonieel Tenue bestaat uit: hoofddeksel, jas, koppel of bandsjerp, pantalon, schoeisel, sokken en handschoenen.

De berenmuts

Zoals gezegd is het hoofddeksel de berenmuts. Oorspronkelijk gemaakt van berenvel, maar thans van kunstbont. Hij is plm. 32 cm hoog en voorzien van een zwarte lederen klep. Boven deze klep is een geelkleurige metalen plaat aangebracht in de vorm van een halve zon met daarop in het midden het embleem van de grenadiers n.l. een springende granaat, in wit metaal. Links bevindt zich een oranje kokarde. Aan de achterkant is bovenaan, op het schuine gedeelte, een met rode stof beklede ronde plaat aangebracht met daarop weer de springende granaat, nu van goudkleurig metaal. Voorts heeft de berenmuts een kinketting van geel metaal en nog een witte pluim van korte veren, welke wordt geplaatst in een goudkleurige driebladige koker, de zgn. ”tulp”. Tamboers dragen een wit katoenen kwastje middenvoor op de berenmuts en de sousafonist draagt geen witte pluim op zijn berenmuts.

De jas

De jas is gemaakt van donkerblauwe stof met een sluiting door acht geelmetalen knopen. Bijzonder detail is dat de zevende knoop een platte knoop is. Dit in verband met de te dragen koppel, welke precies over deze knoop gaat. Op de staande kraag van rode stof zijn aan beide zijden van de sluiting gele gardelissen aangebracht, met een rode bies in het midden van de lis. Ook de mouwen hebben deze gardelissen. Deze zijn hier aangebracht op de rode mouwomslagen.  

Koppel of bandsjerp

Tot en met de rang van adjudant-onderofficier dragen de leden van de kapel witlederen koppels met een geelmetalen koppelplaat, welke is voorzien van regimentsembleem in vernikkeld witmetaal. Officieren, dus de directeur/dirigent dragen de oranje bandsjerp.   Pantalon De pantalon is van Nassau-blauwe stof met een rode bies van 3 mm voor militairen tot en met de rang van sergeant-majoor. Officieren en adjudant-onderofficieren hebben op de pantalon twee biezen van 2 cm breed en uitgevoerd in goudgalon met daartussen een rode bies.

Schoeisel

Tot en met de rang van sergeant-majoor draagt men halfhoge zwarte veterschoenen. Officieren en adjudant-onderofficieren dragen zwarte bottines.  

Sokken

Iedereen draagt zwarte sokken.  

Handschoenen

Iedereen draagt witte katoenen handschoenen.